| Toestanden én volledige paden |
Behouden als modelstructuur |
Een eindtoestand vertelt niet hoeveel voorbereiding, tijd en ondersteuning onderweg nodig waren. |
| Pad van minste weerstand |
Behouden als voorwaardelijk minimumprincipe |
In bepaalde transportklassen volgt een minimum uit lokale respons en gezamenlijke voorwaarden. Niet ieder proces minimaliseert warmteverlies. |
| Stationariteit δR = 0 |
Behouden als gereedschap |
Alleen voor een gespecificeerde differentieerbare functionaal met passende randvoorwaarden. Stationariteit is niet noodzakelijk een minimum of een dynamische aantrekker. |
| Geheel, lagen en gezamenlijke verenigbaarheid |
Kernonderdeel |
Losse deelverklaringen kunnen onderling strijdig zijn; afhankelijkheden bepalen ook gezamenlijke kansen. |
| Consistente herbeschrijving, de lijmregel |
Kernonderdeel, statisch én dynamisch |
Weggelaten details kunnen als hogere koppelingen, geheugen en gecorreleerde ruis terugkomen. |
| Aanwezige versus actieve weerstand |
Behouden als operationeel onderscheid |
Een bestaande koppeling kan in een bepaalde bewegingsrichting geen verlies veroorzaken. |
| Werking, doorgang, kiem, kring en restvraag (EEML-W) |
Behouden als uitvoerbare beschrijving |
Maakt ondersteuning en volgorde expliciet. Nul restvraag betreft geregistreerde soorten ondersteuning, geen automatische energievrijheid. |
| Gebruik verandert latere mogelijkheden |
Behouden als proceshypothese |
Gewoontes, geleiding en verbindingen kunnen veranderen. Welke aanpassingswet geldt, blijft modelinvoer of meetvraag. |
| EEML-T 0.2/0.3 en hun dalingsbewijzen |
Behouden als concrete modellen |
Hier zijn gekozen dynamica en afnemende grootheden daadwerkelijk verbonden. Geen afleiding dat de natuur overal dezelfde dynamica volgt. |
| Slagingskans: bereiken én behouden |
Expliciet terugplaatsen |
Niet af te lezen uit alleen de diepte, breedte of het aantal minima. Tijdvenster, voorbereiding en verstoringen tellen. |
| Meerdere routes, minima en dominante routes |
Behouden |
Geen verplichte unieke winnaar. Dominantie vraagt een mechanisme; meerdere actieve routes zijn geen bewijs van meerdere universa. |
| Pareto, verzadigde grenzen en algebraïsche sluiting |
Behouden, onderscheiden |
Pareto vergelijkt een vastgelegde kostenvector. Sluiting zonder kosten is geen efficiëntiebewijs. |
| Exponentiële weging, maat en multipliciteit |
Behouden uit de laatste correctie |
Alleen in het gerechtvaardigde positieve regime; fysieke alternatieven en beschrijvingskopieën blijven onderscheiden. |
| Reverse engineering, retrodicties en zelftoepassing |
Kern van het toetsprotocol |
Eén gereconstrueerde structuur moet nieuwe omstandigheden voorspellen zonder opnieuw afstellen. |
| Nulpunt, niets bestaat niet, universele bewegingsplicht |
Behouden als grondgedachten / postulaten |
Niet nodig als beginvoorwaarde van iedere toepassing en niet zelfstandig bewezen door de eerdere redeneringen. |
| K3, χ = 24, hyperladingen en 331 |
Behouden als voorwaardelijke casussen |
Hun expliciete klasse en voorwaarden blijven essentieel; geen automatische afleiding van ons universum. |
| Parametervrije α, universele drempel 18, verplichte LISA-frequentie |
Historisch / niet bevestigd of weerlegd zoals geschreven |
Rekenkundige en structurele fouten worden niet hersteld door een nieuwe formulering van EEML. Uitgewerkt in deel VI.E11. |